Van harte welkom op mijn blog

Ik streef ernaar wekelijks op donderdag, rond 17:00 uur een blog te plaatsen. Volg me en geniet!

Collectief falen

Verzekeringsmaatschappijen zijn er om u van dienst te zijn. Er zijn zelfs verzekeringsmaatschappijen ‘zonder winstoogmerk’, wat dat ook maar mag betekenen. Een snelle rekensom leert ons dat we gemiddeld ongeveer 1800,- per jaar kwijt zijn aan onze zorgpremie, maar dat is dan uiteraard wel inclusief het eigen risico dat in 2015 wordt verhoogd naar 375,-. Gelukkig zijn deze belachelijk hoge premies uiterst noodzakelijk, aangezien de grote zorgverzekeraars maar een paar miljard op de bank hebben staan. De solvabiliteit van de meeste zorgverzekeraars ligt ver boven de 200%, terwijl die buffer niet hoger hoeft te zijn dan 150%. Wat gebeurt er dan met al dat geld, zult u zich afvragen. Dat weet niemand. Een Metro-lezer heeft onlangs het heft in eigen handen genomen en een bedrag van €  12.000,- overgemaakt naar een mevrouw met borstkanker die een operatie moest ondergaan, maar dit niet zelf kon betalen. Haar zorgverzekeraar gaf niet thuis en vertelde haar doodleuk dat deze ene specifieke behandeling net niet in haar pakket zat. Op internet circuleert nu een video waarin de vergadering over dit specifieke geval te zien is. Dat ging als volgt: Voorzitter:” Ok, punt 4: mevrouw Bakker. Mevrouw Bakker heeft kanker en moet dringend worden behandeld”. Verzekeringsmannetje 1:  “Kunnen we hier niet onderuit? We kunnen toch niet voor jan en alleman behandelingen blijven betalen?” Verzekeringsmannetje 2: “In principe dekt haar polis deze behandeling niet, dus hoeven we ook niet te betalen.” Verzekeringsmannetje 1: “Prima, dan laten we mevrouw Bakker gewoon aan haar lot over. Zetten haar vrienden maar een Facebook-actie op poten ofzo, haha!” Verzekeringsmannetje 2: “Haha! Of ze fietst 12 keer de Alp d’Huez op, is het probleem ook opgelost.” Verzekeringsmannetje 1: “Borstkanker is trouwens niet altijd fataal hè, dus wie weet heeft ze nog een paar procentjes kans om het te overleven. Komt allemaal vast wel goed. “ Voorzitter: “Bij dezen is er dus besloten dat mevrouw Bakker niet wordt behandeld en dus een vrij snelle en pijnlijke dood zal sterven. Door naar het volgende punt op de agenda, meneer Klatser. Meneer Klatser heeft in z’n hele leven nog nooit een minuut gewerkt en heeft een beetje last van z’n rug en wil graag een second opinion bij een medisch specialist, omdat hij van mening is dat hij onheus is bejegend in het ziekenhuis van zijn eerste bezoek”. Verzekeringsmannetje 1:  “Ik zeg doen!”. Verzekeringsmannetje 2:  “Uitkeren, vergoeden, betalen, daar heeft die man recht op!“ Voorzitter: “Bij dezen aangenomen.”                                     Ik ben ervan overtuigd dat mevrouw Bakker gedurende haar leven veel meer aan zorgpremie heeft betaald dan de 12.000,- die ze nu nodig heeft. Zonder dat afzichtelijke, betuttelende, doodgepolderde Haagse zorgpremiestelsel had ze dus feitelijk haar eigen leven kunnen redden. Wat mij betreft heeft de Nederlandse regering mevrouw Bakker zo goed als doodverzekerd. Wellicht moet ik toch maar eens overwegen om op die veel te sociale tomatenclub van Roemer te stemmen.

Een keiharde meeting

Stiekem vind ik het uiterst linkse tv-programma ‘De Wereld Draait Door’ enorm boeiend. Het hangt een beetje van de gasten af, maar meestal kijk ik er met veel plezier naar. Zo ook gisteren. Mathijs, die in het echt toch heel erg klein is, had een aantal professoren uitgenodigd die allemaal een woord mochten schrappen uit onze linguïstische houvast, de Dikke Van Dale. Dit is iets dat ik al jaren ambieer. Er schoot dus ook onmiddellijk een woord door mijn gedachten. Het woord dat ik graag wil nomineren om uit onze prachtige Nederlandse taal te bonjouren is 'meeting'. Het zweet breekt me uit als mensen dit ergerlijke woord gebruiken. ‘Meeting’ is namelijk Engels voor vergadering. Bij een vergadering denk ik aan een aantal stoffige mannen en vrouwen die tegen wil en dank samenkomen om zakelijke onbenulligheden te bespreken. Tijdens de WVTTK van deze oer-Hollandse vergaderingen zijn er ook altijd vrouwelijke medewerkers die de filtermaling van de koffie op de agenda willen  zetten. Vaak is deze te grof naar hun smaak en als het niet al te veel moeite is, mag de inkoper best voor een fijner gemalen filterkoffie kiezen. Dat noem ik vergaderen in optima forma. ‘Meetings’ daarentegen associeer ik met verlaten parkeerplaatsen langs de snelweg waar getrouwde mannen met elkaar afspreken om handelingen te verrichten waar de honden geen brood van lusten. Dat zijn de ware meetings. Onbeduidende projectmanagers, eerstelijnsmanagers en backoffice managers plannen meetings. Echte leidinggevenden vergaderen en het liefst zo weinig mogelijk.  Marketeers spannen de kroon. Over het algemeen is hun Engels van een zeer bedenkelijk niveau en is hun Nederlands doorspekt met Engelse kretologie. Woorden als ‘outplacement’, ‘early adopter’, ‘affiliate’, ik word er zo moe van. Zijn wij Nederlanders fantasieloos geworden of wordt de wereld steeds kleiner en worden we min of meer gedwongen om deze woorden uit het Engels over te nemen? Zolang deze woorden als vakjargon worden gebruikt, hoor je mij niet klagen, maar zodra deze woorden de Nederlandse taal binnensijpelen moet er aan de noodrem worden getrokken. Noem het ouderwets, romantisch of misschien wel koppig, toch vind ik dat de Nederlandse taal verloederd door dergelijke anglicismen. Als ik woorden als 'desalniettemin', 'obscuur' of 'vlegel' tegenkom, kan mijn dag niet meer stuk. Ik kan hier geen genoeg van krijgen! Daarom wil ik iedereen oproepen om te proberen een vergeten, veel te weinig gebruikt, Nederlands woord af te stoffen en nieuw leven in te blazen. Ik stel bij dezen voor om ‘schavuit’ weer in ere te herstellen. Als dergelijke juweeltjes worden gebruikt, doet schelden inderdaad geen pijn. En nu moet ik haast maken want ik heb straks een meeting op een parkeerplaats aan de A2 met een kornuit van me.

Peiling Maurice: allemaal een hond

Sinds een maand loopt er een trouwe viervoeter bij ons in huis. Inderdaad, zo’n overactieve stuiterbal die in alle hoeken en gaten van de woonkamer een drol legt of een meer plast. Die in alles bijt dat wel en niet beweegt en alle aandacht van alles en iedereen naar zich toetrekt. En ik vind het geweldig! Alle clichés omtrent het hebben van een pup kunnen wat mij betreft meteen uit de kast worden getrokken. ‘Hij is altijd vrolijk’ en ‘Hij is zo trouw’ gaan in dit geval dus ook echt op. Het vermogen en de wil om iets te leren zijn ongekend. Onze koters schijten na een half jaar nog steeds hun luier vol en kunnen nog amper lopen en praten, terwijl dit magnifieke dier al na drie maanden min of meer zindelijk is, met wapperende oren rondrent en al als een echte hond kan blaffen. De hond uitlaten was vanaf het allereerste moment een groot feest. Zelfs de uitlaatsessies die om vier uur ’s nachts plaatsvonden vormden geen enkel probleem. Verder snuffelt onze dappere dodo graag aan dingen en heeft hij al bijna de hele straat zwervuilvrij gemaakt. Hij doet ook keurig ergens op het trottoir zijn behoefte en dan raapt de baas de ‘grote bah’ consequent op met een boterhamzakje. Daarna wordt het wonder der evolutie uiteraard beloond met een hondenkoekje of een brokje. Volgens onze zeer enthousiaste puppycursusleidster is dit didactisch zeer verantwoord en zijn we uitermate goed bezig. Desondanks heeft de boef onlangs een nieuwe tactiek ontwikkeld om nog meer beloningen binnen te harken. Soms drukt hij namelijk z’n hondenbillen vlak onder een hegje bij de buren en draait daar vervolgens een bolus. Consequent als ik ben, geef ik hem snel een hondenkoekje en zeg ‘braaf jongen’, en sta nog net niet voor het raam van de buren te juichen. Maar vanuit een ooghoek zie ik dat meneer helemaal geen bolus heeft gedraaid, maar ongegeneerd heeft zitten schijnpoepen! Dat is toch heerlijk? Mensen, laten we toch alsjeblieft ophouden met het baren van al die baby’s. Waarom nemen we gewoon niet allemaal een hond? Dit zou het merendeel van de wereldproblemen oplossen: de overbevolking wordt tegengegaan, mensen maken daadwerkelijk weer een gezellig praatje op straat, het geslacht Wilders bloedt dood, nooit meer last van jengelende kinderen in openbare ruimten en iedereen staat iedere ochtend met een glimlach op, omdat je wel moet als je die blije kop van het beestje ziet. Een klassieke win-winsituatie wat mij betreft. Nu we het trouwens toch over honden hebben, hoe zit het nu eigenlijk met Vladimir Poetin en het conflict in Oekraïne? Waarom moeten wij als Nederland ‘de onderste steen naar boven halen’ en ‘tot op de bodem uitzoeken’ wat er is gebeurd? Ik begrijp dat je in de politiek op je woorden moet letten, maar het kabinet mag de fluwelen handschoentjes nu echt wel eens uittrekken. Waarom heeft de Nederlandse regering nog steeds niet de volgende verklaring afgegeven? “Het is klip en klaar wat er op die noodlottige zeventiende juli 2014 is gebeurd. De laffe Oekraïense separatisten hebben (al dan niet per ongeluk) een door Rusland geleverde raket vanaf een door Rusland geleverde raketinstallatie afgevuurd op een toestel van Malaysia Airlines met louter burgers. Totaal onnodig zijn er 196 Nederlanders op brute wijze vermoord en derhalve houden wij onze Russische vrienden hiervoor verantwoordelijk. We stellen een ultimatum van 48 uur waarbinnen wij expliciete excuses eisen van de Russische regering en president Poetin in het bijzonder. Mocht hier geen gehoor aan worden geven, dan zullen er gepaste, niet-economische maatregelen volgen.” Helaas is het eerste woord dat nu in me opkomt ‘wishful thinking’. Misschien is het een goed idee om alle Russen een hond cadeau te doen met kerst. Of zullen we alleen Poetin een hond geven? Dan wordt hij misschien ook eens vrolijk wakker en ziet de wereld er weer iets vredelievender uit.

Koetergaals?

Wat een feest is het toch om de manager van Manchester United  interviews te horen geven op tv! Nou ja, interviews? Laten we het schreeuwmonologen noemen. Onze Minister President is trouwens ook een kei in het geven van beschamende toespraken. Inhoudelijk heb ik vaak niet veel aan te merken op deze twee kopstukken, maar zodra een van beide heren Engelse woorden probeert uit te kramen, val ik uit m’n luie stoel van het lachen. Hoe zou dat toch gaan In Manchester als alleskunner Louis van Gaal aan straatschoffie Wayne Rooney probeert uit te leggen hoe hij ‘onder de bal’ moet komen als hij wil afwerken op doel. “Quit Wayne, you don’t do it good! Let me do it for. Me, the great Louis van Gaal, will let you see how to shoot  a ball on the goal, yes? I played in the castle, so I can know. Put your body over the ball Wayne, yes? Just like I, the great Louis van Gaal, and do your standleg next to the ball. Then try to kick the ball with your foot as hard as you can, yes? A child can do the laundry!” De trainerskwaliteiten van Louis staan voor mij buiten kijf, maar het lijkt me toch wel verstandig dat hij snel een LOI-cursus ‘Engels voor pasgeborenen’ gaat volgen. Maar goed, wat kunnen wij Nederlanders van een voetbalmanager verwachten? Inderdaad, bar weinig. Des te treuriger is het hoe onze latent homoseksuele Minister President zich in de media profileert. Fernando Ricksen kwam laatst in De Wereld Draait Door zelfs nog beter uit z’n woorden. Het is werkelijk waar beschamend hoe Mark Rutte de internationale pers te woord staat. Doe me dan maar een houten Klaas die fris en fruitig op een skateboard stapt en vervolgens publiekelijk op z’n bek pleurt. De guitige Mark moet maar eens met Louis bellen, misschien kunnen ze dan samen de LOI-cursus volgen. Hoe zou dat in 2011 gegaan zijn toen Mark te gast was op het Witte Huis. Zou hij zoiets gezegd hebben als: “Hi Brak! I am Mark and I come from Holland. You have a nice house here. Did you just paint it white? Where is your beautiful negro wife. Oooh sorry, you are also black. And there is nothing wrong with that, I mean just that she is not blank, and you also are also not blank. Erm, I brought stroopwafels so lets drink coffee and forget what I said Brak”. Nee, dan Frans Timmermans. Wat een openbaring, wat een uitzonderlijk talenwonder! Iedereen hoort dat hij het er wel heel erg dik bovenop legt, maar dat is dus helemaal niet erg. Zo lang hij het niveau Ivo Niehe niet aantikt, is er helemaal niets aan de hand. Duits, Spaans, Engels, Frans, een beetje Italiaans, hij heeft het allemaal onder de knie! Alleen al om z’n talenknobbel zou hij uiterst geschikt zijn als volgende Minister President van ons kikkerlandje. Wel jammer overigens dat deze eurocommissaris lid is van de roderakkerclub van Samson. Mensen die hun kinderen uitbuiten om zieltjes te winnen bij stemmend Nederland kan ik helaas niet serieus nemen. Er is maar één Samson die ik serieus kan nemen en dat is Samson van Gertje.

Pleased to meet you!

Eindelijk is het dan zover, ik waag me ook aan een weblog! Ik heb me altijd al een schrijver gevoeld en vind het gewoon enorm leuk om over actualiteiten of dingen die me opvallen te schrijven. Vaak hoor ik van mensen dat ik de juiste woorden weet te vinden en dingen correct weet te benoemen. In een ver en duister verleden heb ik in het plaatselijke voetbalkrantje een rubriekje gehad en schreef over het wel en wee van het vlaggenschip van de club. FC Balindesloot wel te verstaan, maar toch grossierde ik wekelijks in de complimenten. Ik mag dus ook erg graag over voetbal of sport in het algemeen schrijven. Verder verbaas ik me bijna dagelijks over 'de politiek', en dan de Nederlands politiek in het bijzonder. Lekker polderen en gewoon doen, omdat je dan al gek genoeg doet. Heerlijk toch? Muziek interesseert me ook mateloos en er zullen dus ook zeker stukken over concerten en festivals voorbijkomen. Humor is wat mij betreft onontbeerlijk in het leven. Soms neig ik naar sarcasme of zwartgalligheid, maar dat probeer ik altijd tot een minimum te beperken. Toch ontkom ook ik er niet aan om af en toe cynisch of zwartgallig uit de hoek te komen. Inderdaad, ook ik kan een typische Nederlandse azijnzeiker zijn. Toch zullen de meeste blogs gaan over mijn verbazing ten opzichte van de Nederlandse samenleving als zodanig. Dingen die de meeste landgenoten al lang hebben geaccepteerd, zoals al bellend de bus binnen komen, een ‘kopvoddentaks’ in willen voeren, een hengst voor je vriendin kopen terwijl je op drie hoog woont, geen commentaar willen geven als je bewust voor de camera verschijnt, rechts inhalen omdat je dan 12 seconden eerder thuis bent, whatsappend tafelen in een restaurant, als Afro-Amerikaanse eisen dat Zwarte Piet in Nederland wordt verboden omdat je dit toch echt racistisch vindt, en ga zo maar door. Er zijn wat mij betreft dus voldoende zaken waarover we ons in Nederland nog kunnen verbazen en daar wil ik dolgraag over gaan schrijven. Verder heb ik ook een fetisj voor in de vergetelheid geraakte Nederlandse woorden. Ik doel hier niet op woorden uit het Diets of Middel Nederlands, nee, ik heb het hier over juweeltjes als schoorvoetend, snotkoker, verduveld, vooralsnog, schobbejak, en dergelijke. Verder kunt u scherpe, kritische, opiniërende en humoristische verhalen verwachten die uit het leven zijn gegrepen.

 

 

Linton Samuel Dawson